U bent hier: De diagnose: netelroos

De diagnose: netelroos

De diagnose netelroos wordt gesteld door de arts, aan de hand van:

  • De anamnese – uitgebreid vraaggesprek met de arts
  • Lichamelijk onderzoek
  • Uitsluiten andere ziektebeelden, zoals voedselallergie

Het vraaggesprek met de arts

zorgverlener spreekkamer

 

De diagnose netelroos wordt vaak gesteld op basis van een uitgebreid vraaggesprek (anamnese) met de huisarts of specialist. Daarbij stelt de arts vragen over de klachten die u hebt, de eventuele behandeling die u al hebt gehad, de gevolgen van de klachten voor uw stemming en voor uw dagelijks leven.

Ook gaat de arts samen met u na of er bij u factoren zijn die netelroos kunnen uitlokken. Deze factoren zijn bijvoorbeeld wrijven, koude, warmte, druk, inspanning, water, of zonlicht.

 

 

Onderwerpen in het vraaggesprek met de arts zijn onder andere:

  • Jaar waarin de klachten zijn ontstaan
  • Mate van jeuk of pijn
  • Tijdstippen op de dag of bepaalde periodes waarin de klachten optreden
  • Factoren die de klachten verergeren of uitlokken
  • Andere aandoeningen, bijvoorbeeld allergieën, eczeem, infecties
  • Gebruik van medicatie
  • Relatie met de menstruele cyclus
  • Invloed van stress
  • Emotionele of praktische gevolgen van de netelroos
  • Eerdere behandelingen en het effect daarvan

Verder onderzoek

Na het vraaggesprek voert de arts een lichamelijk onderzoek uit. Dan kijkt de arts naar de huid en als daar reden voor is de slijmvliezen. Daarbij gaat het erom of de huidafwijkingen inderdaad passen bij netelroos of niet en hoe uitgebreid en ernstig de huidafwijkingen zijn. Als er onvoldoende duidelijkheid is, kan een huidbiopt worden afgenomen om hierover meer duidelijkheid te krijgen. Ook kan worden nagegaan of de huid prikkelbaar is door met een bepaald voorwerp over de huid te krassen. Als er sprake is van koude-urticaria wordt onderzocht wat de drempelwaarde is (dat wil zeggen de laagste temperatuur), waarbij de klachten optreden.

203[1] labbuisjes

 

De arts zal een beperkt laboratoriumonderzoek doen, gericht op het uitsluiten van infecties.

Alleen als er uit het vraaggesprek of lichamelijk onderzoek aanwijzingen zijn voor andere (onderliggende) aandoeningen, zal er verder onderzoek plaatsvinden.

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om onderzoek naar een voedselallergie of allergie voor medicijnen.

 

“de oorzaak van netelroos is heel vaak onbekend”

Meestal is er geen duidelijke uitlokkende factor of andere oorzaak voor de netelroos. De behandeling bestaat dan uit het bestrijden van de klachten. Als er wel een uitlokkende factor wordt gevonden is het advies deze zoveel mogelijk te vermijden. Dat is lang niet altijd mogelijk of voldoende effectief, zodat ook dan soms medicijnen nodig zijn om de klachten te onderdrukken.